skip to Main Content
0497 02 09 55  info @ logopediejenny.be

Leerstoornissen zijn, in tegenstelling tot secundaire leerproblemen, “primaire” leerproblemen. Kinderen met leerstoornissen beschikken gewoonlijk over een normale intelligentie. Belangrijke kenmerken van leerstoornissen zijn dan ook dat ze persisterend en specifiek zijn.

  • Persisterend: de leerstoornis zal nooit ‘weggaan’. Mits goede hulpverlening kan de persoon met een leerstoornis geslaagd functioneren in het onderwijssysteem, maar hij/zij zal altijd problemen ondervinden op een specifiek vlak. In de regel moet dus het leerproces, de didactiek, de leerdoelen aanpassen aan de persoon.
  • Specifiek: de stoornis is specifiek voor taal, rekenen etc.

Er zijn een aantal problematieken die verband vertonen met leerstoornissen. Voorbeelden hiervan zijn ADHD en SLI.

Effecten

Leerstoornissen kunnen een ingrijpend effect hebben op de persoon in kwestie. Vaak vertonen kinderen met een leerstoornis secundaire gedragsproblemen, bijvoorbeeld depressie, faalangst, agressie. Bij een foute aanpak en het aanhoudend verplichten van oefenen op de vaardigheid waarmee het kind problemen heeft en bij het telkens opnieuw wijzen op de talrijke fouten wordt het kind vaak schoolmoe. Het kan zelfs zo ver ontwikkelen dat er een schoolfobie ontstaat. Hierbij komt ook dat kinderen met leerstoornissen een gemakkelijk slachtoffer voor pesterijen vormen. Essentieel is hulpverlening die de aanpak van de stoornis in goede banen stuurt en een optimale communicatie tussen de hulpverlener en de ouders met de school.

Enkele voorbeelden van leerstoornissen zijn:

  • dyslexie
  • Dysorthografie
  • dyscalculie

 

Dyslexie

Bij de aanvang van het leesproces bezitten sommige kinderen niet de nodige rijpheid om tot lezen te komen. Veel problemen van leesgestoorde kinderen kunnen we koppelen aan de thema’s “horen en zien”. Het gaat niet om stoornissen in het oog of het oor zelf, het probleem ligt een stap verder, nl. in de hersengebieden die deze indrukken moeten verwerken.

Kenmerken van leesgestoorde kinderen zijn:

  • De visuele waarneming verloopt vertraagd. Aanvankelijk worden b/d, n/u en ei/ie verwisseld. Later blijkt dat ze radend lezen. 
  • De auditieve waarneming verloopt globaal en diffuus. Het herkennen en samenvoegen van losse klanken tot woorden is onvolledig. 
  • Het lezen gebeurt spellend en moeizaam. 
  • Ze hebben vaak moeilijkheden met de waarneming van de volgorde in de tijd (temporele ordening). Ze horen niet welke letter er eerst komt en welke erna. 
  • Ze hebben moeite met waarneming in de ruimte, begrippen zoals links-rechts en voor-achter zijn niet geïntegreerd (ruimtelijke oriëntatie). 
  • Ze vertonen soms aandachts- en concentratiemoeilijkheden waardoor de inprenting en het geheugen op lange termijn slechter functioneren.

Dysorthografie

Visueel dyslectische kinderen gebruiken vooral de linker hemisfeer (taalhelft van de hersenen) en zijn minder in staat tot waarnemen van ruimtelijke patronen (rechter hemisfeer). Vaak ontbreekt het hen aan een visueel woordbeeld. Dit is vooral hinderlijk wanneer verschillende klanken min of meer op dezelfde manier geschreven worden, vb. ei/ie, ou/au of g/ch.

Bij kinderen met auditieve dyslexie zien we dat klanken zoals v/f, s/ z, eu/ui enz. verwisseld worden. Ook treden moeilijkheden op met open en gesloten lettergrepen.

Het niet integreren van de spellingsregels en tot uiting komen van deze problematiek bij het leren van vreemde talen  is een kenmerk van spellingzwakke kinderen. In de praktijk worden ook lees- en spellingsproblemen in het Frans en of Engels behandeld.

Dyscalculie

Er is sprake van een rekenontwikkelingsstoornis wanneer de rekenresultaten, gemeten met een gestandaardiseerde individueel afgenomen test, opvallend onder het verwachte niveau behorend bij de schoolopleiding en de verstandelijke begaafdheid van het kind liggen. Dit probleem interfereert dan in belangrijke mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor rekenen vereist is. De rekenproblemen zijn niet het gevolg van een probleem met het zicht, het gehoor of een neurologische stoornis.

Het komt voor dat het kind de inhoud van bewerkingen niet visueel kan voorstellen. Het leert de bewerkingen uit het hoofd zonder ze te begrijpen. Vaak komt het niet tot cijferen, kan het de 10 niet overbruggen, heeft het geen inzicht in vraagstukken, mist het inzicht in de structuur van de bewerkingen of heeft het een onvoldoende voorraad aan oplossingssystemen.

 

Back To Top